Klik op onderstaande link voor een filmpje over De Nieuwste School
http://www.youtube.com/watch?v=NT7RAjoIPzY
Imagination is more important than knowledge... (Albert Einstein)
Onderwijs veranderen gaat niet vanzelf. Grootscheepse operaties van de laatste decennia zoals de basisvorming en de tweede fase laten dat al te duidelijk zien. Niettemin nam de Raad van Bestuur van Ons Middelbaar Onderwijs (OMO) in Tilburg het initiatief tot het ontwikkelen van een nieuw onderwijsconcept onder de naam De Nieuwste School (DNS). OMO is een schoolbestuur van veel scholen voor voortgezet onderwijs in de provincie Noord-Brabant beheert. Een van de kerntaken die OMO zichzelf oplegt, is voortdurend werken aan verbetering van het onderwijs. Tegen die achtergrond is een plan voor betekenisvol onderwijs ontworpen. Met ondersteuning van het Algemeen Pedagogisch Centrum (APS) is het concept verder ontwikkeld.
In augustus 2005 is De Nieuwste School van start gegaan. Leren met de methodieken van morgen maar met eeuwenoude uitgangspunten: nieuwsgierigheid,verwondering, verbazing en fantasie. Goed beschouwd de stuwende krachten in leven en werk van geniale uitvinders, ontdekkers en wetenschappers zoals Leonardo da Vinci, James Watt, Marie Curie en Thomas Edison. En niet te vergeten Albert Einstein. Tenslotte huldigde niemand minder dan dezelfde Albert Einstein de opvatting: Imagination is more important than knowledge. Zonder pretentieus te willen zijn hebben wij dit motto ook omarmd op DNS. Bij OMO (Ons Middelbaar Onderwijs) hebben we op een gegeven moment gezegd: zo zou het op school eigenlijk ook moeten zijn. De leerling zou veel meer geïnteresseerd moeten zijn in wat hij leert. Dat zou veel beter zijn. Voor de leerling maar ook voor de leraar. Nu is dat niet zo. Veel kinderen hebben een hekel aan school. Het is dan ook geen wonder dat de Onderwijsraad heeft vastgesteld dat er veel te veel leerlingen zonder diploma de school verlaten. En dat er te veel schoolverzuim is. Eigenlijk is het heel simpel: kijken waar de leerling goed in is, waar de interesses liggen, waar men talent voor heeft en dan helpen om dat talent verder te ontwikkelen. In die ontwikkeling gaan we uit van de door de leerling gestelde vragen. Hoe kan dat ? Hoe zit dat? Waarom? Wie? Wat? Waar? Al die zaken die de nieuwsgierigheid opwekken, die verbazen, waar men zich over verwondert. Die nieuwsgierigheid, die verbazing en die verwondering roepen vragen op. En op die vragen gaan we antwoorden zoeken. Maar elk antwoord roept weer de volgende vraag op. En zo –stapje voor stapje- groeit de kennis. Het lijkt misschien allemaal een beetje vreemd maar er is goed over nagedacht.
Het drieweg-principe van de 4 O's Wil je Onderwijs daadwerkelijk veranderen, dan moet je ook de Organisatie van dat onderwijs aanpakken én de Omgeving waarin dat onderwijs plaatsvindt. En dat allemaal ten dienste van de Ontwikkeling van de leerling. De Nieuwste School noemt dat de verandering volgens het principe van de drie O’s. Uitgangspunt daarbij is de leerling. Leren is, zoals we allemaal weten, een werkwoord. Daarom zullen wij de nieuwsgierigheid prikkelen, waardoor de leerling op zoek gaat naar antwoorden. In principe is iedereen nieuwsgierig. Als wij niet nieuwsgierig zouden zijn, zouden we nooit iets veranderd hebben in ons leven en zouden we nooit vooruitgang hebben geboekt. Wij zoeken die nieuwsgierigheid, die verwondering en gaan daarmee aan de slag.
De eerste O De eerste O is van Onderwijs. Hoe gebeurt dat? Het onderwijs in de onderbouw is gebouwd op vier pijlers:
1. Onderzoek op basis van door de school aangedragen thema’s,
2. Instructie voor geletterdheid, gecijferdheid en moderne vreemde talen,
3. Eigen onderzoek
4. Vijf competenties
ad. 1 Leerlingen werken gedurende vier weken aan een thema. Thema wordt ingeleid door experts vanuit de drie leergebieden: humanics, science en arts. De begeleiding vanuit de experts bestaat o.a. uit borging van zogenaamde sleutelbegrippen: wat moet je bij je werk aan je thema-onderzoek zeker meenemen? Sleutelbegrippen hebben een directe relatie met kerndoelen en/of eindtermen. Onderzoek worden uitgevoerd aan de hand van de Denkcirkel (vrij naar John Dewey). De begeleiding is in handen van een expert, terwijl de eigen mentor ook steeds mede sturend optreedt. Doordat de leerlingen aan het einde van een themaperiode altijd met elkaar de resultaten delen in de leergemeenschap, is in sterke mate sprake van ‘leren van en met elkaar’.
ad. 2 Elementen van gecijferdheid en geletterdheid maken deel uit van de sleutelbegrippen uit de thema’s. Daarnaast zijn er instructielessen waarin ingezoomd wordt op die zaken die leerlingen niet ‘als vanzelf vanuit verwondering’ kunnen bereiken. Moderne vreemde talen zijn deels versleuteld in de thema’s en worden deels of geheel aangeboden via instructie. Op dit moment wordt er Engels, Frans en Spaans gegeven.
ad. 3 Leerlingen hebben op verschillende momenten in het jaar de mogelijkheid een eigen onderzoek uit te voeren. Dit wordt ook altijd uitgevoerd op basis van de denkcirkel en begeleid door een mentor of expert.
ad. 4 Vanaf het eerste leerjaar wordt systematisch gewerkt aan de uitbouw van vijf in de ogen van de school kerncompetenties: onderzoek doen, presenteren, reflecteren, betrouwbaar zijn en omgaan met anderen. Bij het verlaten van de school wordt naast diploma en cijferlijst een ‘persoonlijk portret’ aan de leerling uitgereikt waarin wordt aangegeven waar hij/zij zich in de competentieontwikkeling bevindt. In de bovenbouw is het onderwijs georganiseerd op basis van de eindtermen. Het ritme van de leerling – zijn dag-, week- en maandplanning – wordt mede bepaald door beschikbaarheid van de verschillende experts. Naast verplichte contactmomenten houdt de leerling vrijheid om zijn eigen planning te maken op basis van wat hij/zij denkt nodig te hebben als voorbereiding op het examen. Daarin speelt zijn mentor mede een rol. De rol van de mentor wordt vanaf leerjaar vier wel minder prominent.
De tweede O De tweede O is van Organisatie. Wij hebben de school op alle facetten aangepast dat we deze manier van leren mogelijk kunnen maken. Daarbij is het uitgangspunt dat leerlingen zo divers mogelijk gebruik kunnen maken van experts. En tijd hebben om daadwerkelijk aan het werk te zijn.
De derde O Staat voor omgeving. De omgeving waarin je leert, het gebouw. Dat vinden we erg belangrijk. Het gebouw moet zo ingericht zijn dat leren volgens de bovenste 2 O’s mogelijk is. Het lijkt dan zeker ook niet echt op een school? Inderdaad, de klaslokalen zoals die zo goed bekend zijn, heeft De Nieuwste School niet. Het gebouw is het meest te vergelijken met een kruising tussen een eigentijds kantoor, een moderne bedrijfshal en een trendy café. Wel heeft iedereen een eigen, individuele werkplek en kun je overal in het gebouw met de computer aan de slag.Tenslotte heb je om het beste uit jezelf te kunnen halen, ook de beste middelen nodig. Daarom maken wij gebruik van ICT. Om het leren aangenamer, sneller en breder te maken. Zo kun je bijvoorbeeld op elke werkplek inloggen om bij jouw documenten te komen en mag je je eigen laptop meenemen. Maar je kunt ook informatie verzamelen via internet, chatten over leerstof met medeleerlingen of digitaal lesmateriaal bekijken.
De grondslag en ontwikkeling van DNS is vastgelegd in een aantal documenten. U kunt deze
hier downloaden.